De garifuna in Belize

De Garifuna worden ook wel Garinagu of Black Caribs genoemd. Ze zijn een mix van gevluchte Afrikaanse slaven en Caribische indianen.

Voor de komst van de Europeanen arriveerden de Carib indinanen vanuit Zuid-Amerika in het Caribische gebied en begonnen de Arawak indianen te overheersen. Tegelijkertijd namen ze echter ook de cultuur van de Arawak over. Toen de Engelsen en Fransen in 1625 in het Caribische gebied aankwamen begon er een oorlog van 35 jaar tegen de vechtlustige Caribs. In 1660 werd er echter een Brits vredesverdrag afgesloten waarin voor "eeuwig" de eilanden St. Vincent en Dominica aan de Caribs werden gegeven.

Binnen 10 jaar later braken de Britten echter eenzijdig het verdrag en begonnen ze de eilanden binnen te vallen. Omstreeks deze zelfde periode strandden er in 1635 twee Spaanse schepen met Afrikaanse slaven op de kust van St. Vincent. Een groot deel van de slaven was in staat om naar de kust te zwemmen en werd opgenomen in de Carib gemeenschap. De relaties tussen de twee volken verliep van een aarzelende acceptatie tot perioden van oorlogsvoering en tenslotte tot een volledige samensmelting van de twee volken.



In 1773 was de mix van deze twee volken de dominante populatie geworden op St. Vincent. De koloniale overheersers stonden echter niet toe dat er een vrije zwarte gemeenschap bestond en de Britten begonnen het eiland te koloniseren. De jaren erna vielen de Garifuna regelmatig de Britse gemeenschappen aan. En in 1796 vond er zelfs een grootschalige, centraal door de Garifuna leider Joseph Chatoyer, gecoördineerde aanval plaats op de Britten. Deze verliep echter desastreus. De leider werd gedood en 5.000 Garifuna werden gearresteerd.

In minder dan een jaar werden 2.000 Black Caribs naar Roatan verscheept, een eiland voor de kust van Honduras. Velen stierven tijdens de reis en op Roatan werden ze achtergelaten met een beperkte hoeveelheid proviand. De Garifuna die vertrokken naar Honduras werden ernstig vervolgd door Honduras. Daardoor weken vele Garifuna uit naar het toenmalige Brits Honduras.

In 1832 landde een grote groep Garifuna op de kust van Dangriga (toen nog Stann Creek genoemd) onder leiding van Alejo Beni. Sindsdien zijn ze niet meer weggegaan en jaarlijks wordt op 19 november hun aankomst gevierd met Garifuna Settlement Day.



De Garifuna's spreken een uniek dialect, een mengelmoes van verschillende talen: Arawak, Frans, Yoruba, Swahili en Bantu. Een paar voorbeelden:

Idabinya - Hoe gaat het met jou?
Ugodiati - Goed!
Buitibunafi - Goede morgen
Buitirabonweyu - Goede middag
Gundatina Nasubu Dirunibu - Aangenaam kennis maken
Buitibu - Jij bent mooi
Tankéy - Dankjewel
Lyo - Tot ziens

Officieel zijn de Garifuna katholiek maar ze beperken zich daar niet toe. Hun Afro-Indiaanse rituelen, obea, zijn vergelijkbaar met die van de Haitiaanse voodoo. Daarnaast staan ze bekend om hun opzwepende muziek; de punta muziek.

Momenteel zijn er naar schatting zo'n 200.000 Garifuna in Midden-Amerika (Honduras, Belize, Guatemala) en de Verenigde Staten.