Belangrijkste steden in Belize

De steden van Belize zijn relatief klein en dunbevolkt, maar vele zijn de moeite waard van een bezoek. Hieronder vind je een overzicht en beschrijving van de meest interessante steden.

Orange Walk Town
Orange Walk ligt op de westelijke oever van de New River aan de Northern Highway en is de grootste stad in Noord Belize met een populatie van 12.000. Je ziet hier duidelijk de nieuwe en traditionele wereld door elkaar heen lopen. De hier aanwezige suikerindustrie is ontwikkeld en modern. Tegelijkertijd zie je echter Mennonieten die het suikerriet met paard en wagen vervoeren.

In Orange Walk zijn de nodige oorlogen gevoerd. Eerst tussen de Maya's en de Spanjaarden. En tijdens de Kastenoorlog werd er heftig gevochten tussen de in grote getale gevluchte Maya's uit Yucatan en de Engelsen. De Kastenoorlog, ofwel Guerra de Castas, was een oorlog van de oorspronkelijke Maya bevolking van Yucatan tegen de blanke elite en de Mexicaanse regering. De Kastenoorlog duurde van 1847 tot 1901 en kostte naar schatting aan meer dan 300.000 mensen het leven. In 1872 werd Orange Walk Town aangevallen door een enorm leger van Maya's onder leiding van Marcus Canul. De stad was echter in staat om deze leider te doodden waarna het gewapende verzet van de Maya's in Belize definitief werd verbroken.

De grote hoeveelheid vluchtelingen uit de Kastenoorlog heeft een grote stempel gedrukt op de stad. De meerderheid in het stadje is nog steeds mesties, ofwel een mix van Indiaans en blank, en spreekt alleen Spaans. Er komen nog niet veel toeristen en dat geeft Orange Walk een geheel authentieke Belizaanse stijl. Maar wel met alle moderne voorzieningen zoals supermarkten, restaurants en hotels. Vlakbij is ook de Mennonietengemeenschap van Blue Creek te vinden.


Orange Walk

Corozal Town
Corozal Town ligt aaan de Caribische zee aan de Baai van Corozal. Het stadje werd in 1849 opgericht door vluchtelingen van de Kastenoorlog en heeft een populatie van 7.500 mensen, waarvan de meerderheid Spaans spreekt. De stad werd gebouwd bovenop een oud ceremonieel centrum van de Maya's, genaamd Santa Rita. Archeologen schatten dat momenteel meer dan de helft van deze antieke Mayastad onder Corozal Town ligt. Er is hier o.a. een skelet gevonden die met jade, mica en goud was ingelegd. Het enige zichtbare gebouw van Santa Rita is te vinden bij het distributiecentrum voor Coca Cola en Belikin in Corozal.

In 1955 vernietigde Oorkaan Janet het grootste deel van de stad. Het is vervolgens herbouwd op typisch Spaanse wijze met een centraal plein, waaromheen de meeste zaken en bedrijfjes zijn gebouwd.

Vanuit Corozal kun je de boot nemen naar Cerros, de bekendste Maya stad in het Corozal District. Rond Corozal Town zijn vele kleine dorpjes te vinden wiens economieën grotendeels draaien op de suikerindustrie.


Corozal

Blue Creek
Blue Creek is een van de Mennonietengemeenschappen in Belize, naast Shipyard, Little Belize, Progresso, Spanish Lookout and Barton Creek. Als je Blue Creek nadert worden de suikerrietvelden verruild voor maïs- en graanvelden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Shipyard hebben de Mennonieten er hier voor gekozen om wél gebruik te maken van moderne uitrusting. Ze hebben de Rio Bravo rivier ingedamd en gebruiken het water om elektriciteit op te wekken in een klein hydro-elektrisch fabriekje. Het water zelf wordt in goede banen geleid naar de landbouwgronden met een machine, gemaakt van een oude motor van een vliegtuig dat was neergestort op de internationale luchthaven in Belize.

Belize City
Belize City is de oudste en grootste stad van Belize. Een derde van de Belizanen woont in de stad die aan beide zijden van de Haulover Creek, zoals de laatste kilometers van de Belize River wordt genoemd, is gebouwd. De stad ligt onder het zeeniveau en de meeste huizen zijn gebouwd op palen die in de moerassige grond zijn geslagen.

De eerste bewoners van Belize City waren Maya indianen die hier als vissers leefden. In de zeventiende eeuw bouwden Engelse piraten een nederzetting op de huidige locatie van Belize City. De Maya's hadden het gebied toen al verlaten. De nederzetting werd gebouwd om het campechehout te verzamelen dat in de binnenlanden werd gekapt en vervolgens via de Belize River werd getransporteerd naar de kust.

Eind zeventiende eeuw was Belize City een echte houthakkersnederzetting geworden. In die tijd bouwden de Engelsen hun huizen grotendeels aan de zeezijde en de Afrikaanse slaven aan de zuidkant van Haulover Creek. In 1798 werd St. George's Caye aangevallen door de Spanjaarden en vluchtten de meeste Engelsen naar, wat ze toen nog, Belize Town noemden. Dit was een enorme impuls voor de groei van de stad die toen het belangrijkste exportcentrum werd van campechehout en mahoniehout.

Belize City is in haar geschiedenis door veel rampen getroffen. De stad werd vernietigd door branden in 1804, 1806 en 1856. Er waren epidemieën van gele koorts, cholera en de pokken. In 1931 werd de stad getroffen door een orkaan die de stad onder water zette waarbij 10 procent van de bevolking omkwam. En in 1961 werd de stad volledig verwoest met honderden doden door orkaan Hattie. Sinds 1892 was Belize City de hoofdstad maar na orkaan Hattie besloot de regering om de hoofdstad te verplaatsen naar het veilige Belmopan. Belize City blijft echter het sociale, commerciële en historische centrum van het land.

Er zijn in de stad nog vele Britse koloniale huizen terug te vinden en een wandeling door de stad is absoluut de moeite waard. Hoogtepunten zijn de Belize Swing Bridge (bij de haven) en de St John's Cathedral (in Albert Street). Dit is de oudste Anglicaanse kerk in Centraal-Amerika en gebouwd door slaven met stenen die als ballast werden meegenomen in de kiel van schepen uit Europa. Ook de officiële residentie van de Britse gouverneurs, het zogenaamde Government House, in Regent Street en het Maritiem Museum zijn de moeite waard van een bezoek. Als je meer over de geschiedenis van Belize wilt weten is het Museum of Belize in Gabourel Lane een absolute aanrader. Dit museum is gehuisvest in de voormalige koloniale gevangenis.

De meeste bezoekers zien Belize City puur als overstapplaats voor een bus of boot naar de grenzen of de Cayes (eilanden). Toch heeft deze oude koloniale stad met de vele Britse houten huizen een interessante historie en veel bezienswaardigheden. Absoluut bezoeken dus!


Belize City

San Ignacio
San Ignacio Town, ook wel Cayo genoemd, is gebouwd op zeven heuvels in het centrum van het Cayo district. De Spanjaarden gaven het als naam El Cayo, eiland, omdat Cayo op dat moment op een eiland leek dat ineengeklemd was tussen de Macal en de Mopan Rivieren. San Ignacio heeft 4.000 inwoners van diverse afkomst waaronder Creolen, Mestiezen, Maya's, Garifuna, mensen afkomstig uit Libanon, Guatemala en Sri Lanka en Garifuna. Vroeger was de stad een centrale verzamelpunt voor mahonie en gom. Tegenwoordig draait het stadje op landbouw en toerisme. Op korte afstand liggen de Mayasites; Xunantunich, El Pilar en Cahal Pech.

Het stadje Santa Elena wordt verbonden met San Inacio met de in 1949 gebouwde Hawksworth Bridge, de hoogste brug in Belize. De brug hangt over de Macal rivier, een ideale plaats om te zwemmen of kanoën. De steden worden ook de tweelingdorpen (twintowns) genoemd.


San Ignacio

Belmopan
Vanuit Teakettle is het slechts 10 minuten met de bus naar de hoofdstad Belmopan. Dit is de hoofdstad van Belize sinds 1971 en ligt precies in het geografische centrum van het land. Oostwaarts richting de zee en westwaarts liggen het tropische oerwoud en kalkstenen heuvels. En in het zuiden begint het machtige Maya gebergte. Belize is een jonge stad en heeft zo'n 5.400 bewoners. Bijna alle diplomatieke diensten en overheidsinstanties bevinden zich in deze stad. Ook het Nationale Historische archief is hier te vinden.

Iets buiten Belmopan ligt Guanacaste National Park, een van de oudste natuurreservaten.


Belmopan

Dangriga
Dangriga is de grootste stad in het Stann Creek District met een populatie van 8.100. Het is een van de grootste Garifuna gemeenschappen in de wereld. Oorspronkelijk was het een Engelse handelspost met de naam Stann Creek. Maar in 1975 werd de naam gewijzigd in Dangriga door de Garifuna meerderheid in de stad. Dangriga betekent in de locale Garifuna taal zoiets als "hier is het zoete water vlakbij". De stad ligt aan de oever van de Stann Creek River waarvan wordt gezegd dat het water het beste smaakt en gezondst is in heel Belize.

In 1832 landde een grote groep Garifuna onder leiding van Alejo Beni vanuit Honduras op de kust van Dangriga. Deze groep is nooit meer weg gegaan en iedere 19e november wordt hun aankomst in Belize gevierd met Garifuna Settlement Day.

Dangriga is een relaxt stadje aan de kust. Het hout van de huizen is aangetast door het zoute water en je kunt er heerlijk wandelen door de lange hoofdstraat of langs de zee. Het toerisme is hier nog niet echt doorgebroken.


Dangriga

Placencia
Placencia Village ligt aan de meest zuidelijke punt van een schiereiland met de langste zandstranden van Belize.Het dorpje zal in de toekomst een belangrijke toeristische locatie worden. Enkele jaren geleden kon je hier alleen komen met een vissersboot en pas sinds 1986 loopt er een weg naar het vasteland die Placencia met de Southern Highway verbindt.

De hoofdstraat is een smal straatje van cement die enkele decennia geleden werd aangelegd om het vervoer van de vers gevangen vis te vereenvoudigen. Houten huisjes op palen staan aan beide zijden van dit straatje. Aan de noordzijde is een kleine camping, aan de zuidzijde staan er verschillende locale zaakjes.

De naam Placencia werd in het verleden door een groep Franse hugenoten gegeven aan het dorpje én het schiereiland. Deze protestantse groep ontvluchte Frankrijk om aan godsdienstvervolging te ontkomen. In eerste instantie probeerden ze een nieuw leven op te bouwen in Nova Scotia maar in 1740 besloten ze om naar Belize te emigreren en vonden daar een verlaten Maya dorpje waar ze een nieuwe gemeenschap opbouwden. Ook daar hadden ze echter geen geluk. In 1820 vertrokken ze omdat de gemeenschap zwaar was getroffen door de tropische hitte en allerlei ziekten uit het nabij gelegen moeras. Enkele kilometers ten noorden van de stad bij het zogenaamde "Rum point" zijn vele flessen en pijpen van de Hugenoten gevonden. Rond 1850 werd Placencia weer bewoond en werd het een vissersdorpje. Veel vissers hebben hun visbestaan inmiddels ingeruild voor een baan in het toerisme. Op 29 juni wordt hier echter nog steeds Fishermen's Day gevierd met een katholieke mis en een bootparade.

Placencia is een van de weinige plaatsen in Belize waar je kilometers lang op het strand kan lopen. In noordelijke richting kun je bijna 10 kilometer lopen via het strand naar Seine Bight Village. Het is een perfecte plaats om te snorkelen, te vissen of te kanoën in de Placencia Lagune. In de lagune van Placencia kun je ook de zeldzame Lamantijen (een soort zeekoe) vinden.

Punta Gorda
Punta Gorda, ook wel PG genoemd door de lokalen, is de meest zuidelijke stad van Belize met 6.000 inwoners. Ongeveer de helft van de bevolking is Garifuna. In het verleden kwamen de meeste reizigers hier alleen maar om de boot te nemen naar Puerto Barrios in Guatemala of naar Puerto Cortes in Honduras. De lucht is hier kristalhelder. Het grootste gedeelte van Punta Gorda is op kalksteen gebouwd, net boven het zeeniveau. De stad wordt spectaculair overwoekerd door de natuur en enorme mango bomen groeien majestueus langs de straten.

Er zijn hier weinig toeristenattracties maar Punta Gorda heeft het grootste aantal toeristenkamers in het land. Het relaxte tempo, de diversiteit van de bevolking en de rijke Maya nalatenschap hebben een grote aantrekkingskracht op de avontuurlijke toerist.

Vissers vertrekken bij zonsopgang in hun boomstamkano's en arriveren rond het middaguur weer terug met vis voor de markt. En iedere woensdag en zaterdag worden de hoofdstraten overspoeld met kleur als Indianen vanuit het hele district hun producten aanbieden.


Punta Gorda

San Antonio
San Antonio is de tweede grootste stad in het Toledo district, gebouwd aan de voet van het Maya gebergte. Het is een rustig handelsplaatsje met ongeveer 1.000 Mopan Maya's. Het dorp werd gevestigd door immigranten die in 1883 vanuit San Luis in Guatemala vluchtten om hun dienstplicht te ontlopen. Het centrum van het dorp wordt gedomineerd door een stenen kerk, die is gebouwd met kalkstenen van een nabijgelegen Maya ruïne. Anderhalve kilometer buiten de stad ligt de serene San Antonio waterval en poel. En iets verder weg ligt het bekende Rio Blanco Waterfall Park.

Het gebied rondom San Antonio wordt gevuld met vele kleine Maya dorpen die het tropische regenwoud afwisselen. De Kalkstenen heuvels om het dorp bevatten vele groten en verborgen Maya overblijfselen.